Zoeken naar artikelen:

Openklappen

Bedrijfsrisico en pensioen DGA veiligstellen met financiele planning

Inhoudsopgave:

  1. Bedrijfsrisico beperken door bescherming van ondernemingsvermogen en DGA pensioen
  2. Risicodragend ondernemingsvermogen flink beperken
  3. Fiscaal advies tip: holding & werk bv beschermt niet optimaal
  4. Zekerheidstelling bij faillissement of bedrijfsbeëindiging
  5. Ondernemerspensioen bij faillissement kan verdampen
  6. Oplossing voor oudedagsvoorziening in vorm van pensioen DGA
  7. Bedrijfsrisico verminderen met juiste financiële planning
     

Bedrijfsrisico beperken door bescherming van ondernemingsvermogen en DGA pensioen

Ondernemer zijn betekent bedrijfsrisico lopen met calculerende risico inventarisatie. Te denken valt aan corporate recovery, doorstart bij faillissement, ontslag, pensioen DGA, financiële planning etc.

Echter “zonder risico geen rendement”, is een veel gehoorde uitspraak van ondernemers. Op zich is het lopen van bedrijfsrisico ten aanzien van inkomen en ondernemingsvermogen inherent aan de keuze die de ondernemer in het verleden heeft gemaakt om voor zich zelf een onderneming op te starten. Belangrijk is dat het genomen bedrijfsrisico gecalculeerde risico’s zijn en dat het aanwezige vermogen niet verder in de waagschaal wordt gezet dan strikt noodzakelijk door juiste risico inventarisatie en liquiditeit advies. Lees ook het artikel: Advies surseance van betaling en dreigend faillissement.

Zekerheid met Besloten Vennootschap (B.V.) als rechtspersoon?

Om deze reden kiezen veel ondernemers ervoor hun onderneming uit te oefenen in een B.V. als rechtspersoon. Het voordeel van een B.V. is dat men slechts ondernemersrisico loopt ten aanzien van het vermogen aanwezig in de B.V. en niet in privé. Deze uitspraak dient echter op twee punten genuanceerd te worden en wel als volgt.

Hoe zit het met zekerheidsstelling banken en aansprakelijkheid?

Ten eerste zal de startende ondernemer vaak de hulp nodig hebben van banken om zijn plannen te verwezenlijken. Omdat de startende ondernemer nog geen vermogen in zijn pas opgerichte B.V. heeft opgebouwd zal de bank standaard een zekerheidsstelling van de ondernemer/aandeelhouder in privé vragen. Naar de bank toe loopt de ondernemer dan net zoveel risico als zonder de B.V. Naar andere schuldeisers toe (bijvoorbeeld uit hoofde van beroeps- of productaansprakelijkheid of crediteuren) is er over het algemeen wél een beperkende werking van de aansprakelijkheid.

Bestuursaansprakelijkheid bij onbehoorlijk bestuur en faillissement?

Ten tweede is er het punt van de bestuurdersaansprakelijkheid. In geval van een faillissement zal een curator altijd kijken of er mogelijkheden zijn de bestuurders aansprakelijk te stellen. De curator zal hierin slagen indien sprake is geweest van onbehoorlijk bestuur en dit onbehoorlijk bestuur heeft geleid tot het faillissement van de vennootschap. Van onbehoorlijk bestuur kan al sprake zijn indien de publicatiebalans te laat wordt gedeponeerd bij de KvK. De bestuurder dient dan zelf aan te tonen dat dit niet heeft geleid tot het faillissement doch dat er andere oorzaken zijn.

Bestuursaansprakelijkheid bij Fiscus, UWV en pensioenfonds?

Een andere vorm van bestuurdersaansprakelijkheid is die van de Fiscus, UWV en pensioenfonds. Indien men te laat een betalingsonmacht meldt wordt aangenomen dat het niet betalen van belasting, werknemersverzekeringen en pensioenpremies te wijten is aan de bestuurder. Deze zal dan aansprakelijk gesteld worden. Voor deze vorm van aansprakelijkheid is dus geen faillissement noodzakelijk.

Risicodragend ondernemingsvermogen flink beperken

Afgezien van bovengenoemde twee kanttekeningen (privé borgstelling en bestuurdersaansprakelijkheid) zal het privé-vermogen van de ondernemer/aandeelhouder beschermd blijven. Het is dus belangrijk het risicodragende ondernemingsvermogen tot een minimum te beperken

Risicodragend ondernemingsvermogen beperken door overtollig vermogen uitkeren

De meest eenvoudige wijze om het risicodragend ondernemingsvermogen te beperken is het uitkeren van overtollig vermogen aan de aandeelhouder/ondernemer. Nadeel hiervan is echter dat de fiscus direct 25% belasting wenst te ontvangen over het uitgekeerde bedrag. Deze liquiditeit kan vaak niet door de ondernemer gemist worden.

Holdingstructuur om risicodragend vermogen te waarborgen

Dit is de reden waarom de meeste ondernemers/aandeelhouders werken vanuit een holdingstructuur. Een vennootschap waarvan de aandelen worden gehouden door de ondernemer/aandeelhouder (de zogenaamde holdingvennootschap), houdt op haar beurt de aandelen in de Werk-BV Overtollig vermogen kan nu zonder enige belastingheffing worden uitgekeerd aan de holding-vennootschap. Op deze wijze kan eenvoudig het risicodragend vermogen van de werk-B.V. tot een minimum worden beperkt.
Het beperken van het risicodragend vermogen kan tevens bewerkstelligd worden door activa over te hevelen c.q. aan te schaffen in de holdingvennootschap of beter nog in een afzonderlijke vennootschap. Deze vennootschap kan de activa vervolgens gaan verhuren aan de werk-BV Vaak is een dergelijke structuur ook nog beter met het oog op bedrijfsoverdracht. Immers een koper van de onderneming behoeft niet geïnteresseerd te zijn in het bedrijfspand of de ondernemer/aandeelhouder wenst dit graag zelf te behouden voor verhuurdoeleinden. Lees ook: Mogelijkheden DGA bij verkopen verliesgevend bedrijf.

Fiscaal advies tip: Holding en werk BV beschermt niet optimaal

Hiervoor is steeds gesproken over overtollig vermogen. Vaak echter zal vermogen binnen een onderneming niet overtollig zijn. In de praktijk komt het geregeld voor dat het vermogen van de werk BV of werkmaatschappij zo laag mogelijk wordt gehouden door het maximaal uitkeren van dividend aan de Holdingvennootschap, welke vennootschap het ontvangen dividend vervolgens weer terugleent aan de werk BV Op deze wijze heeft de werk-BV een minimaal risicodragend vermogen en is men optimaal beschermd, tenminste……… dat denkt men. Niets is minder waar. Zie ook: Checklist doorstart faillissement.

Holding is kwetsbaar bij faillissement van werkmaatschappij of werk BV

Het “teruggeleende geld” is eveneens risicodragend ondernemingsvermogen. Indien de werk BV failliet gaat is de holding een concurrent schuldeiser. Dit betekent dat zij in rang komt na boedelschulden, fiscus, UWV, bank en andere preferente schuldeisers. Evenals andere schuldeisers die geen extra zekerheden hebben bedongen zal er waarschijnlijk niets of slechts een zeer klein gedeelte op de vordering worden uitgekeerd. Door het vragen van zekerheden kunnen de risico’s die verbonden zijn aan dit teruglenen tot een minimum beperkt worden.

Zekerheidstelling bij faillissement of bedrijfsbeëindiging

Alle schuldeisers zijn, in geval van faillissement of bedrijfsbeëindiging, in principe gelijk in rang. Dit betekent dat iedere schuldeiser een gelijk deel (pro-rato) krijgt uitgekeerd. Echter sommige schuldeisers hebben een bijzondere positie doordat zij gebruik kunnen maken van de wettelijke mogelijkheden en zekerheidstelling hiertoe.

Hypotheekhouder en/of pandhouder hebben bijzondere rechten

In geval van faillissement zal een curator eerst de omvang van de boedel vaststellen. De boedel omvat in feite alle bezittingen. Bij de vaststelling van de boedel dient hij echter rekening te houden met de zogenaamde “separatisten”. Dit zijn schuldeisers die een bijzonder recht hebben op nader bepaalde zaken. De meest bekende separatisten zijn de hypotheekhouder en de pandhouder.
Deze hypotheek- en/of pandhouder mag eerst de betreffende zaak uitwinnen teneinde zijn vordering voldaan te krijgen. Is er een overschot dan vloeit dit in de boedel. Is er een tekort dan wordt de houder van het recht in zoverre gelijk gesteld met normale schuldeisers.

Van de boedel (dus inclusief een eventueel overschot van separatisten) worden vervolgens eerst de boedelschulden voldaan. Boedelschulden zijn kosten die in opdracht van de curator zijn gemaakt, derhalve na uitspraak van het faillissement. Ook de kosten van de curator zelf zijn boedelschulden. Bij boedelschulden dient men te denken aan personeelskosten en huurkosten die doorlopen gedurende de afwikkeling van het faillissement indien de curator er heil in ziet als de onderneming blijft doordraaien.

Indien er na aftrek van de boedelkosten nog een toereikende boedel over is komen de overige schuldeisers (inclusief de niet volledig betaalde hypotheek- en/of pandhouder) naar rato aan de beurt. Vaak zal blijken dat er niets of slechts zeer weinig overblijft voor de gewone schuldeisers.

Bij hypotheekrecht vestigingsvereisten nauwkeurig in acht nemen

Indien het recht gevestigd is op een onroerende zaak dan spreekt men van hypotheek. Is het recht gevestigd op andere zaken dan spreekt men van pandrecht. Hierbij kan men denk aan inventaris en machines maar ook aan vorderingen. Voor het goed vestigen van hypotheekrecht dient men steeds de vestigingsvereisten in acht te nemen. Zo dient een recht van hypotheek altijd bij notariële akte te worden gevestigd. Het tijdstip van inschrijving in de openbare registers is hierbij bepalend.

Een pandrecht dient gevestigd te worden via overhandiging van de zaak (dit komt in het bedrijfsleven vrijwel niet voor) dan wel via registratie van een pandakte. In deze akte staat dan nauwkeurig omschreven welke zaken en vorderingen er in pand zijn gegeven. De akte dient vervolgens geregistreerd te worden bij de afdeling Registratie van de Belastingdienst.

Pandlijst van actuele vorderingen regelmatig laten registreren

Voor wat betreft vorderingen geldt het gevestigde pandrecht uitsluitend voor vorderingen die voorvloeien uit een rechtsbetrekking die reeds bestond op het moment van registratie. Het spreekt voor zich dat dit vaak zal leiden tot discussies met de schuldenaar of de curator. Om dergelijke discussie te voorkomen is het aan te raden regelmatig een nieuwe pandlijst van actuele vorderingen te laten registreren.

DGA of ondernemer dient zijn risicopositie doorlopend te herzien

Een schuldeiser doet er verstandig aan steeds zijn risicopositie voor ogen te houden. Indien er mogelijkheden bestaan zijn risicopositie te verbeteren dient hij dit niet na te laten. Dit geldt ook voor de ondernemer /DGA /aandeelhouder die een vordering heeft op zijn vennootschap of voor de holding-B.V. die een vordering heeft op de werk-BV. Het risico dat men loopt over het risicodragende ondernemingsvermogen wordt zo aanzienlijk beperkt.

Ondernemerspensioen bij faillissement kan verdampen

Het risicodragende vermogen is niet uitsluitend het eigen vermogen van de werk-BV of werkmaatschappij, maar ook de op de balans gevormde voorzieningen. Te denken valt hierbij aan garantievoorzieningen, onderhoudsvoorzieningen, saneringsvoorzieningen maar ook de pensioenvoorziening van de ondernemer/aandeelhouder. Indien geen nadere maatregelen worden getroffen is uw ondernemerspensioen niet meer dan een leuke tijdelijke aftrekpost voor de belasting. Zonder nadere maatregelen is het zeker geen reservering voor de oude dag van de ondernemer/ aandeelhouder.
Dus ook een pensioenvoorziening op een balans is risicodragend vermogen. Kan men hiervoor ook zekerheid vragen in de vorm van een recht van hypotheek of pandrecht om uw ondernemerspensioen veilig te stellen?
 
Pensioen DGA loshalen van risicodragend ondernemingsvermogen

Een ondernemer/aandeelhouder krijgt over het algemeen pensioenrechten toegezegd van zijn vennootschap. Voor deze toezegging zal de B.V. een voorziening vormen in eigen beheer. Echter zolang de voorziening in eigen beheer wordt gehouden en niet wordt ondergebracht bij een verzekeringsmaatschappij is sprake van risicodragend ondernemingsvermogen. In veel gevallen worden de pensioenrechten van de ondernemer/aandeelhouder niet extern verzekerd maar in eigen beheer gehouden vanwege het simpele feit dat men de liquiditeit niet kan missen in de onderneming.

In geval van een faillissement is het dan heel goed mogelijk dat de ondernemer/aandeelhouder met lege handen achterblijft.

De vraag dient zich aan of voor deze pensioenrechten, waarvoor in eigen beheer een voorziening wordt gevormd, zekerheid kan worden gevraagd?

Dit is geen eenvoudig te beantwoorden vraag omdat de pensioenrechten toegezegd aan de ondernemer/aandeelhouder in feite voorwaardelijke rechten zijn. De ondernemer/aandeelhouder en zijn nabestaanden dienen namelijk op pensioeningangsdatum nog in leven te zijn. Juridisch zijn deze rechten op het moment van faillissement niet afdwingbaar omdat zich de voorwaarde (het bereiken van de pensioenleeftijd) nog niet heeft voorgedaan.

Daarnaast zijn er nog fiscale regels waar rekening mee dient te worden gehouden.

Oplossing voor oudedagsvoorziening in vorm van pensioen DGA

In samenwerking met de belastingdienst en juristen is er een product ontwikkeld dat wel de nodige zekerheidstelling geeft aan het pensioen van de ondernemer/aandeelhouder en zijn nabestaanden. Informatie over dit product of advies over risico inventarisatie kunt u navragen via het reactieformulier. Op deze wijze hoeft de ondernemer/aandeelhouder in geval van een faillissement niet geheel met lege handen achter te blijven.


Figuur: Voorbeeld van management B.V. en Werk-B.V. voor risicovrij pensioen DGA

Bedrijfsrisico verminderen met juiste financiële planning

Zoals eerder aangegeven is het lopen van ondernemersrisico inherent aan het zijn van ondernemer. Er zijn echter veel zaken die u kunt regelen om dit bedrijfsrisico tot een minimum te beperken o.a. bij ondernemingsvermogen en pensioen DGA. Vooral de keuze voor de juiste structuur is belangrijk en het creëren van eigen preferenties boven andere schuldeisers. Risico inventarisatie en liquiditeit advies met een juiste financieel specialist is dan wel noodzaak. Leest u hiervoor ook het artikel: Risico inventarisatie evaluatie voor advies of hulp bij reorganiseren.

Artikel downloaden

Bedrijfsrisico en pensioen DGA veiligstellen.pdf
(Bedrijfsrisico en pensioen DGA veiligstellen.pdf)

Download artikelen

Alle artikelen, zoals checklists, stappenplannen en visies kunt u gratis laten toezenden. U kunt alle artikelen downloaden. Heeft u vragen, kunt u het reactieformulier gebruiken

Naar download pagina